Jeugdzorg op het kruispunt van misdaad en humaniteit

Met angst en beven kijken gemeentebesturen uit naar 1 januari, de dag waarop zij de zorg voor de jeugdzorg in hun bij voorbaat onvoorbereide maag gesplitst krijgen. Kernprobleem is dat de gemeenten op beleidsniveau geen benul hebben van de misdadige praktijken op de werkvloer van jeugdzorg. Het ontstellende en onheilspellende gebrek aan kennis gaat voor een belangrijk deel terug op bewust beleid van de bestuurders van jeugdzorg. Zij hebben geen belang bij openheid omtrent de perverse prikkels, het feit dat niet het beschermen van kinderen voorop staat, maar het genereren van geldstromen en werkgelegenheid.

Door het maximeren van uithuisplaatsingen, ondertoezichtstellingen, ambulante hulp en speciaal onderwijs. Door het malafide gedrag van gezinsvoogden en teammanagers en andere pseudodeskundigen jegens de kinderen en hun ouders blijkens intimiderende brieven en handelingen. Door het met behulp van de politie (soms acht of tien agenten) heimelijk kinderen uit hun huis halen met overvalwagens. Door het onder begeleiding van agenten vervoeren van de toevertrouwde kinderen in geblindeerde busjes naar gesloten instellingen. En door het verhullen van het gemiddeld wekelijks voorkomen van het overlijden van kinderen.

Dit complex van ellende moest tot 1 januari onder de pet van jeugdzorg blijven, maar is vanaf 1 januari een ‘machine de guerre’ in de handen van jeugdzorg, omdat daarmee kan worden gedreigd. Erik Gerritsen en zijn collega’s nopen de gemeenten met geld over de brug te komen en leggen bij voorbaat de schuld voor falend beleid bij de gemeenten. Elk kind dat door jeugdzorg wordt geslachtofferd zal vanaf heden niet onder het tapijt verdwijnen maar grootscheeps media-aandacht krijgen. De gemeenten worden door schade en schande wijs, maar dat gaat lang duren en gaat ten koste van de kinderen die in plaats van bescherming te ontvangen, permanent worden bedreigd. Een lichtpunt is dat de kans op grotere openbaarheid omtrent de misstanden toeneemt, waardoor politiek verantwoordelijke bestuurders worden geactiveerd en niet langer alleen op hun ambtenaren vertrouwen.

Op het niveau van de politiek heeft in een vorige periode Rouvoet door zijn beleid veel boter op het hoofd gekregen en nu schuift staatssecretaris van Rijn de hete aardappel van zijn bord. Blijkens de brieven die hij schrijft over jeugdzorg doet hij niets aan het daadwerkelijk beschermen van de kinderen en vervalt hij slechts in inhumane, formele teksten. Dieptepunt was zijn reactie op het onderduiken van Sylvano, hij sprak van een omgekeerde wereld en riep de politie te hulp om de vervolging in te zetten van de jongen, zijn moeder en zijn familie en de mensen die hem hielpen (zelfs tot in Frankrijk toe). Als het aan hem had gelegen was niet alleen Sylvano opgepakt met veel vertoon van politiemacht en achter slot en grendel gezet in een gesloten inrichting, maar ook de mensen die het risico namen te helpen bij de onderduik, en zodoende verzet hebben gepleegd, zouden zijn gearresteerd. Telefoongesprekken zijn door de politie afgeluisterd. Gelukkig is Sylvano ,die volstrekt ten onrechte en onnodig van zijn moeder was verwijderd, dankzij zijn eigen enorme geestkracht weer in de buurt van zijn moeder en is er het perspectief dat hij normaal naar school kan op een normale basisschool, zodat zijn intellectuele bekwaamheid tot bloei kan komen. Tijdens de kerstdagen sprak ik met hem en zijn moeder.

Voor mij is het geen omgekeerde wereld maar een wereld die ik ken. Daarom ben ik dankbaar een beetje te kunnen bijdragen aan Sylvano’s bevrijding. Te zijner tijd zal ik hem attent maken op het werk van de Franse Nobelprijswinnaar Patrick Modiano, die laat zien dat herinneringen vice versa zijn verbonden met gebeurtenissen in het heden in ruimte (Parijs) en tijd (de jaren na 1945). Ik laat mij die door hem blootgelegde verbindingslijnen door beoefenaren van het recht niet meer uit handen slaan, nu in hun handen recht verkeert in onrecht. Sylvano heeft Van Rijn een les voor het leven geleerd: niet opzij gaan voor misbruik van macht, intimidatie, intolerantie, onverdraagzaamheid, inhumaniteit en het geweld van politie en bureaucratie; onverschillig of het gaat om bewindslieden en burgemeesters in vredestijd of om gewone politieagenten en ambtenaren op de werkvloer.


 

Ik geef enkele recente voorbeelden van misdadig gedrag op de werkvloer van jeugdzorg in Nederland.

In Limburg-Zuid kondigt agent Fijneman aan dat de politie aldaar direct na kerstmis een groot offensief gaat starten om een moeder en haar kinderen op te sporen, te arresteren en op te sluiten. De betrokken korpschef heet G. Veldhuis. In mijn herinnering werd dit een klopjacht of een razzia genoemd. De betrokken burgemeester laat het gewoon gebeuren. Sylvano’s les lijkt nog niet geleerd, er zal wederom verzet worden gepleegd.

Jeugdzorg Haaglanden wenst onder leiding van Benne Holwerda, een dossier van een jongen van twaalf jaar die verder niets met jeugdzorg te maken heeft, gedurende vijftien jaar te houden; hoewel daarvoor geen enkele aanleiding is, de jongen daardoor in cruciale jaren wordt belast, moeder en jongen het vernietigd wensen te zien en deze handelwijze een schoolvoorbeeld is van inhumaan gedrag dat niet past in een vrije samenleving.

De toplieden van het Leger des Heils hebben drie jaar lang meegewerkt aan het ten onrechte uit huis halen van de Ilja-tweeling, het onderdrukken van de kinderen en het onthouden van goed onderwijs. Het Leger des Heils is door de rechtbank in Arnhem tot de orde geroepen zodat de kinderen weer thuis zijn en een grote schadeclaim tegemoet kan worden gezien. In gesprekken wekken de toplieden Palsma en Vader de indruk niet te weten wat hun medewerkers op de werkvloer al die jaren hebben aangericht. Ze beseffen nauwelijks welke grote nederlaag ze hebben geleden. Daarom moet je vrezen dat zij elders hun misdadig handelen voortzetten. Palsma en Vader achten hun misdadig gedrag verenigbaar met hun christelijke achtergrond. Jezus draait zich om in zijn graf. De verklaring is het enorme financiële belang bij uithuisplaatsingen en onder toezichtstellingen.

Van de vele gevallen in Amsterdam, het bastion van Erik Gerritsen, die nu onder toezicht staat van mevrouw Simone Kukenheim, die wellicht inhoudelijker en menselijker optreedt dan de vorige bestuurders waarmee Gerritsen in Amsterdam mee te maken had, is de casus van de Chinese jongen Zong Meng Sun illustratief. Jeugdzorg probeerde met behulp van de rechter deze jongen volstrekt onnodig voor lange tijd op te sluiten in een gesloten inrichting in Hoenderloo. De gezinsvoogd Carla liet de jongen in de rechtszaal begeleiden door politieagenten die hem na de zitting direct zouden opsluiten. De kinderrechter stuurde de agenten de zaal uit, eenvoudig omdat ze niet nodig waren. De jongen is inmiddels in een pleeggezin tegen de zin van jeugdzorg in en kan straks een normale opleiding volgen eveneens tegen de zin van jeugdzorg in.

In een ander geval stuurt de gezinsvoogd Ank bizarre intimiderende brieven rond waarin reeksen voorwaarden staan  waaraan een moeder zou moeten voldoen alvorens haar zoontje te zien. Zo moet zij verklaren niet over de ooms en tantes van de jongen te spreken, laat staan deze in beeld te brengen. Zij mag geen volwassen zaken met haar zoon bespreken, deze handelwijze roept herinneringen op à la Modiano. Gelukkig houdt de moeder zich er niet aan, maar het is illustratief voor het schrikbewind dat onder Gerritsen nu al jaren heerst. Wellicht komt er in 2015 een einde aan.

In de gemeente Uden staat burgemeester Hellegers toe dat op basisschool SBO de Tandem, geleid door de directrice C. van den Broek, een meisje van tien jaar wordt gepest en met de dood bedreigd, dit alles onder toeziend oog van Jeugdzorg Brabant. Het meisje zit ten onrechte op een school voor SBO hetgeen haar frustratie versterkt. Vanaf 1 januari kan de gemeente in gebreke worden gesteld.

In Zeeuws Vlaanderen chanteert de regiomanager van jeugdzorg A.P. Zwart, mevrouw Maria Bons en haar kinderen met een huurhuis door te dreigen de huur op te zeggen als zij zich niet vrijwillig onderwerpt aan hulp van het bureau Juvent, een hulp die naar ieders oordeel niet nodig is doch alleen wordt opgedrongen vanwege de financiële prikkel. In deze casus is bij wijze van uitzondering een positieve rol gespeeld door de burgemeester van Leeuwarden, Ferd Crone.

Ten slotte de casus bij bureau jeugdzorg in Drenthe van a en zijn kinderen b en c. Beide kinderen wonen met plezier bij hun moeder thuis en zitten nu op goede scholen in de buurt. Over a is veel bekend, hij is een vooraanstaande medewerker van d, een onderdeel van e. A schrijft goed Nederlands. Zijn kinderen verzetten zich hevig tegen een contact met hun vader. De oudste zoon b wordt in maart 13 jaar, de dochter c is nu 7 jaar. Ik ben enigszins op de hoogte van de beweegredenen van de kinderen, in het bijzonder b maar voel mij niet vrij om daar verslag van te doen. Vermoedelijk kan de directie van e een constructieve rol spelen. Jeugdzorg Drenthe speelt via de gezinsvoogd Naomi P. in deze zaak een destructieve rol.


 

Deze illustraties laten zich zonder moeite een dertigtal uitbreiden. De één nog afschuwelijker dan de ander, elke casus kan ook nader worden gedocumenteerd, hetgeen ik wil doen als er geen verbetering in zicht is. Er is nog een mogelijk lichtpunt. In het verleden heeft het onder de pet houden er ook toe geleid dat de rechterlijke macht slaafs de voorstellen van jeugdzorg, de WSG en de Raad voor de Kinderbescherming heeft gevolgd. Door de toegenomen transparantie komt hierin geleidelijk verandering omdat de rechterlijke macht tot meer zelfstandige oordelen komt. Iemand als Benne Holwerda komt straks niet meer zo makkelijk weg met zijn valse praatjes als de feiten duidelijker in het openbaar naar voren komen (Holwerda verzoekt mij dringend niet de openbaarheid te zoeken, hetgeen alleen maar illustreert wat hij allemaal te verbergen heeft).

Wat betekent dit alles nu voor het beleid van politiek verantwoordelijke bestuurders in de gemeenten? Het betekent dat de betrokken wethouders hun  afstandelijke houding jegens jeugdzorg moeten laten varen. Zij zullen zich daadwerkelijk zelf moeten verdiepen in wat er op de werkvloer van jeugdzorg gebeurt. In zekere zin moeten zij zowel hun eigen ambtenaren als de bestuurders van jeugdzorg passeren. Alleen indien dit gebeurt verwerven deze bestuurders de noodzakelijke kennis omtrent de feitelijke gang van zaken op de werkvloer die het uitgangspunt moet vormen voor een humaner jeugdzorg.

Arnold Heertje

De zwarte lijst van jeugdzorg

In het kader van het blootleggen van het wangedrag van jeugdzorg is het ten behoeve van de bestuurders van de gemeenten van belang dat zij op de hoogte zijn van het gedrag van managers en van uitvoerders van het wanbeleid op de werkvloer; met naam en toenaam. Bijgaande brief is aan tientallen jeugdzorgmedewerkers en –bestuurders gestuurd.

Dames en heren,

 

Zoals u weet houd ik mij op afstand en intensief bezig met vrijwel alle bureaus jeugdzorg in Nederland. In het bijzonder richt ik mij op het inhumane gedrag van managers en medewerkers op de werkvloer jegens kinderen en hun ouders. Daartoe breng ik nauw gezet in kaart de handelwijze van de betrokkenen. Ik wijs u in dit verband op de jarenlang volgehouden mishandeling van kinderen en moeder in de zogenaamde Ilja-casus waaraan onlangs door de kinderrechter in Arnhem rigoureus een einde is gemaakt, omdat alle beschuldigingen van jeugdzorg, het Leger des Heils en de Raad voor de Kinderbescherming over dit gezin volledig onjuist zijn gebleken. In deze casus kan een enorme schadeclaim jegens de betrokken instanties tegemoet worden gezien.

Ook in dit geval was het zeer inhumane gedrag van de uitvoerenden op de werkvloer opmerkelijk. Volstrekt onbegrijpelijk zijn in dit verband de a-christelijke mores van het Leger des Heils. Het gedrag van jeugdzorg-medewerkers verwijdert zich vaak ver van wat in het maatschappelijk verkeer normale, menselijke gedragspatronen zijn. Daarvoor is geen aanleiding en geen redelijke verklaring, behalve dat managers de bescherming van kinderen opofferen aan een niets ontziende strijd om geld en werkgelegenheid. Het motief van uitvoerenden om hieraan mee te doen, moet worden gezocht in hun familieachtergrond. Mishandeling van andere mensen is – zoals bekend – vaak intergenerationeel: runs in families. Zowel managers als uitvoerenden moeten rekening houden met kinderen die als volwassenen verhaal komen halen, vooral nu jeugdzorg-medewerkers via internet steeds makkelijker te vinden zijn.

Tegen de achtergrond van de overgang van jeugdzorg van de centrale overheid naar de gemeenten informeer ik de politiek verantwoordelijken op lokaal niveau over het wangedrag van jeugdzorg-medewerkers waartoe u ook behoort. Daarin betrek ik ook het optreden van bureaus jeugdzorg, het Leger des Heils en de Raad voor de Kinderbescherming in de rechtszaal en met name de valse voorlichting die telkens wordt gegeven. Zoals bekend deed de Kinderombudsman ook al onderzoek naar de vele foutieve rapportages van jeugdzorg, maar het verkeerd voorlichten van de rechterlijke macht is nog altijd aan de orde van de dag. Sinds ik begon registreer ik wel een bescheiden kentering in de houding van kinderrechters en ook van kortgedingrechters waardoor minder slaafs de beweringen van bureaus jeugdzorg worden gevolgd. Van tijd tot tijd breng ik u via onze website http://humaniseringvandejeugdzorg.nl op de hoogte van onze vorderingen.

Hoogachtend,

A. Heertje

Gebrek aan fatsoen en een falende rechtstaat!

Als vervolg op het artikel “Kind van de Rekening?” van Trudy Keulers en prof. Arnold Heertje in het Katholiek Nieuwsblad volgen hier de briefwisselingen tussen Trudy Keulers en de klachtencommissie van de Raad voor de Kinderbescherming, en haar brief aan de Kinderombudsman.

Keulers_fragment

Een brief  van mevrouw Keulers aan de klachtencommissie van de Raad voor de Kinderbescherming. Lees hier >>
Bijlagen bij de brief:
Foto’s van de politie voor het huis
Foto’s van dezelfde politiewagen in Eindhoven

Een e-mail van de klachtencommissie van de Raad voor de Kinderbescherming aan mevrouw Keulers. Lees hier >>

Een brief van mevrouw Keulers aan de Kinderombudsman. Lees hier >>

En een vervolgbrief van mevrouw Keulers aan de Kinderombudsman met een toelichting.
Lees hier >>

Trudy Keulers is de oma van de kinderen en is tevens juriste.

Remzi Cavdar moet hoop houden

Door toedoen van de inhumane Schrikkergroep heeft de nu 21-jarige Remzi Cavdar volstrekt ten onrechte de helft van zijn leven doorgebracht in instellingen voor verstandelijk gehandicapten. Het handelen van de Schrikkergroep is misdadig en getuigt van een grotesk gebrek aan deskundigheid. Uit intellectueel oogpunt slaat het vonnis van de rechter, die luistert naar de naam H. J. Fehmers, echter alles.

Nu vast staat dat deze jongeman nooit verstandelijk gehandicapt is geweest, blijft deze rechter staan achter het oordeel van de beunhazen bij de Schrikkergroep die zeventien jaar geleden de jongeman als zwakzinnig hebben getypeerd en dat oordeel tien jaar hebben staande gehouden. Hoe is het mogelijk dat een onafhankelijk en zelfstandig denkend rechter, zo achter beunhazen blijft aanhobbelen?

Dat kan alleen worden verklaard uit het intrinsieke onvermogen van deze rechter zich te verplaatsen in het leed dat aan deze jongeman is toegebracht. Een verklaring daarvoor moet worden gezocht in de levensloop van de rechter. Zijn argumentatie is zo stupide dat er meer aan de hand moet zijn dan alleen een te vergeven intellectueel tekort. Er is ook sprake van een opvallend menselijk tekort, een karakteristiek die tegenwoordig nog zelden wordt aangetroffen bij de rechterlijke macht.

Een factor in deze zaak is verder het beschamende optreden van de advocaat Mr. Korver blijkens de openbare zitting. Wanneer Remzi hoger beroep aantekent, moet hij op zoek naar een goede advocaat en erop vertrouwen dat het Hof niet alleen juridisch technisch bekwame maar vooral ook humane rechters afvaardigt. Ik ben ervan overtuigd dat het recht in deze zaak zal zegevieren.

 

Arnold Heertje