Elsevier: Kwalijk dat de rechter een columnist haar smaak oplegt

door: Gertjan van Schoonhoven – 

De Amsterdamse rechter laat opiniestukken van econoom Arnold Heertje over Bureau Jeugdzorg verwijderen. Wie de uitspraak leest, gelooft zijn ogen niet.

Rechter, wat doet u nú? De uitspraak van de Amsterdamse voorzieningenrechter C.M. Berkhout dat de econoom Arnold Heertje een opinieartikel en een column over Bureau Jeugdzorg Amsterdam moet verwijderen van internet, is een flinke tik voor de vrije meningsuiting in Nederland.

Columnisten, zeker van enige faam en zeker in een ‘kwaliteitskrant’, moeten voortaan op hun tellen passen als ze publiekelijk een maatschappelijke misstand aan de kaak willen stellen met een zekere overdrijving, een enigszins eenzijdige voorstelling van zaken én door de Tweede Wereldoorlog erbij te halen – kortom, zoals menig Nederlands columnist pleegt te doen.

Emotioneel

Dat mag niet meer, althans niet van de Amsterdamse rechtbank. Die vindt dat Heertje veel te ver is gegaan in zijn kritiek op Jeugdzorg. Wie de uitspraak leest, gelooft zijn ogen niet.

Het is zeker waar dat Heertje eenzijdig partij kiest voor één betrokkene in een echtscheidingsconflict (vóór een moeder, tégen Jeugdzorg). Het is ook waar dat hij er in zijn emotionele betoog de oorlog bijhaalt om het uit huis halen van kinderen door Jeugdzorg te hekelen.

Maar waar Heertje nu precies over de schreef is gegaan, verzuimt de voorzieningenrechter overtuigend juridisch te motiveren.

Censuur

Wel krijg je een goede indruk van haar persoonlijke smaak: een goede columnist van een kwaliteitsmedium is feitelijk en genuanceerd, doet bij voorkeur niet aan naming en shaming en haalt de oorlog er niet bij. Zeker niet als hij een gerespecteerde econoom is die zelf indringend de oorlog heeft meegemaakt.

Dat is een weliswaar ietwat betuttelende, maar verder alleszins respectabele opvatting, maar als juridische basis voor zo’n ingrijpende censuurmaatregel als het verwijderen van twee opiniestukken toch echt aan de magere kant.

Beide stukken zijn immers gepresenteerd als opiniestukken, dus een zekere overdrijving en partijdigheid zijn geoorloofd. Dat zegt ook de rechter wel, maar in haar oordeel legt ze columnisten toch stiekem een heel andere, veel beperkter fatsoensnorm op.

Fatsoensnormen

Wat daarbij ook nog eens heel gek is, is dat Heertje de hardste, voor Jeugdzorg meest ‘grievende’ vergelijkingen met de oorlog helemaal niet in zijn columns maakte, maar in niet-gepubliceerde privémails aan medewerkers van Jeugdzorg.

Zijn dat ook al officiële publicaties? En op welke objectieve grond kun je bekende columnisten met een wetenschappelijke faam andere fatsoensnormen opleggen dan onbekende scribenten zónder?

Nee, van de Raad voor de Journalistiek kun je dit soort volstrekt subjectieve en willekeurige oordelen verwachten. Maar van een rechter? Dat is een zorgelijke ontwikkeling.

Elsevier – 21 mei 2014