Oproep aan BJZ: “Stop de jeugdzorg razzia’s!”

Aan directie en medewerkers jeugdzorg Friesland, die verantwoordelijk zijn voor het misdadige optreden jegens de Amerikaanse mevrouw A. Bontekoe en haar zoon Sylvano.

Met verbijstering heb ik kennis genomen van uw bevel mevrouw Bontekoe met acht politieagenten te arresteren en uw pogingen op dezelfde wijze de verblijfplaats van haar ondergedoken zoon te achterhalen. Blijkbaar ontgaat u dat uw optreden lijkt op de wijze waarop Joodse kinderen voor vijf gulden verraden door hun landgenoten, door Nederlandse politieagenten en verwanten zijn gearresteerd.

Aan deze praktijken moet direct een einde komen, ook in dit geval. Ik ben op de hoogte van de betrokken namen. U bent allen persoonlijk verantwoordelijk voor dit schandelijke gedrag dat het daglicht niet kan velen. Openbaarmaking is daarom zeker op iets langere termijn geboden. Ik verzoek u terstond met deze razzia’s en vervolgingen te stoppen, mevrouw Bontekoe in vrijheid te stellen en Sylvano naar zijn moeder te laten gaan. Op mijn website wordt deze oproep gepubliceerd.

Hoogachtend,
A. Heertje

“Komt Van Rijn aan Sylvano, dan komt hij aan mij!”

Door: Arnold Heertje

Staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA), die verantwoordelijk is voor het beleid inzake jeugdzorg, gaat onderzoek doen naar het ondergrondse netwerk van adressen waar kinderen die door jeugdzorg worden vervolgd, onderduiken. De staatssecretaris is een van de betere bestuurders van het kabinet Rutte, maar hier slaat hij de plank volledig mis! Dat komt omdat hij evenals zovele bestuurders van mijn politieke partij, geen enkel benul heeft van de gang van zaken op de werkvloer van jeugdzorg.

Van Rijn weet niet hoezeer in de uitvoering sprake is van inhumaan gedrag door gezinsvoogden, teammanagers en allerlei pseudodeskundigen van de Raad van de Kinderbescherming, het Legers des Heils, de William Schrikkergroep, christelijke jeugdzorg SGJ en aanpalende instellingen zoals de Hoenderloo Groep, LSG-Rentray/Intermezzo, Groot Emaus, Spirit, de Bascule, Lindenhout en Humanitas. Zij allen worden aangestuurd door directeuren jeugdzorg zoals Erik Gerritsen, Jan-Dirk Sprokkereef, Hans Lomans, René Meuwissen, Hans Kamps en Arthur Schellekens die helemaal niet – zoals de staatssecretaris denkt – de veiligheid van de kinderen waarborgen. Ze worden namelijk geleid door perverse financiële prikkels en zijn uit op zoveel mogelijk geld en werkgelegenheid. Van Rijn heeft een volstrekt verkeerde voorstelling van jeugdzorg waardoor hij het ontstaan van een ondergronds netwerk niet kan plaatsen.

Ik kan dat wel omdat ik weet dat kinderen op grote schaal worden opgejaagd en geestelijk worden mishandeld door jeugdzorg en daarom willen vluchten naar voor hen veiliger oorden in Nederland en elders. Uit eigen ervaring ken ik het onderduiken uit mijn jeugd en de achtergrond nu verschilt niet wezenlijk van die van toen. Alleen ditmaal zijn de onderdrukkers geen bewapende buitenlanders in uniformen, doch zo op het oog nette mensen voor wie de kinderen winstobjecten zijn. Niet alleen de kinderen maar ook vaders en moeders zijn het slachtoffer van deze inhumane praktijken. Zolang de staatssecretaris niet de werkelijkheid onderkent die in alle instellingen van jeugdzorg heerst – die onder het mom van privacy en bescherming van kinderen een schrikbewind voeren waarvan duizenden kinderen de dupe zijn – wordt het ondergrondse netwerk groter en het onderduiken schering en inslag. Deze ontwikkeling kan moreel door mensen die, zoals ik, weten hoe de vork in de steel zit, alleen maar worden gesteund.

De aanpak die de staatssecretaris nu kiest, namelijk de vervolgden en opgejaagden vervolgen, is een sociaal-democraat onwaardig. Als hij aan Sylvano komt, komt hij aan mij! Daarop blijf ik hem attent maken tot het over is.

Jeugdzorg staat op een kruispunt

Door: Arnold Heertje

Sneller dan ik had verwacht is in de jeugdzorg in Nederland de paniek uitgebroken. De strategie om bloot te leggen wat er op de werkvloer van de jeugdzorg in heel Nederland gebeurt – door de betrokken bureaus jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming, het Leger des Heils, de William Schrikkergroep, christelijke jeugdzorg SGJ en allerlei aanpalende instellingen zoals de Hoenderloo Groep, LSG-Rentray/Intermezzo, Groot Emaus, Spirit, de Bascule, Lindenhout en Humanitas – blijkt succesvol. Kern daarvan is het vermelden van namen van gezinsvoogden, teammanagers en gedragsdeskundigen die aangestuurd door boegbeelden als Erik Gerritsen, Jan-Dirk Sprokkereef, Hans Lomans, René Meuwissen, Hans Kamps en Arthur Schellekens zich inhumaan gedragen jegens vaders, moeders en kinderen.

Terwijl jeugdzorg om het beschermen van kinderen zou moeten gaan, zijn deze volledig uit beeld verdwenen en zijn zij een speelbal geworden van perverse financiële transacties. Het gaat bestuurders en hun raden van toezicht erom – door onterechte uithuisplaatsingen, ondertoezichtstellingen en door het  het inroepen van zogenaamde deskundigen voor vermeende kwalen – zoveel mogelijk subsidiegeld en werk te genereren. De overgang van jeugdzorg van het Rijk naar de gemeenten is het aansteken van de lont in dit onhoudbare kruitvat. Daardoor komt in feite grootschalig naar buiten, wat jarenlang onder het mom van privacy onder de pet moest blijven: het complex van – vanuit het oogpunt van kinderen en ouders – misdadige praktijken. Een voortreffelijke illustratie van de uitgebarsten paniek is het stuk van Gerritsen, directeur van jeugdzorg Amsterdam, in het Parool van zaterdag 27 september.

De lezer moet weten dat onder zijn leiding een reeks van dames en heren honderden kinderen op een afschuwelijke wijze bejegent, zodanig dat sprake is van grootscheepse kindermishandeling. In de tientallen dossiers waarover ik beschik, komen steeds dezelfde patronen naar voren waarvan de hoekstenen zijn: inhumaniteit en het verbieden van waarheidsvinding. De betrokken namen heb ik vermeld in de uiteenlopende drukken van mijn boek Economie waarin voor het eerst in Nederland aandacht is gevraagd voor de inhumane jeugdzorg. Zojuist is de vierde druk verschenen waarin ik de tekst nog enigszins heb aangescherpt. Vanwege de poging van de heer Gerritsen mij monddood te maken, schreef ik hem onlangs de volgende brief:

Geachte heer Gerritsen,

Recentelijk ontving ik van u enkele dreigbrieven en verscheidene dreigmails. U bedreigt mij onder meer met juridische maatregelen, kort gedingen en financiële aanslagen. Zoals reeds is gebleken trek ik mij van al deze epistels niets aan. De reden is dat ook onder uw leiding op de werkvloer van jeugdzorg nog steeds afschuwelijke bejegeningen plaats hebben van kinderen, vaders en moeders. Telkens is de achtergrond een perverse financiële prikkel, zoveel mogelijk geld binnenhalen bijvoorbeeld door het onterecht uit huis plaatsen van kinderen en de werkgelegenheid van uw medewerkers die meestal opdrachten hebben waarvoor ze niet in de wieg zijn gelegd. Het is een publiek belang deze praktijken bloot te leggen, niet alleen in Amsterdam doch ook elders. Kortom, zoals reeds in mijn recente boek ‘Economie’ aangekondigd ga ik door met het aan de kaak stellen van de inhumane jeugdzorg in geheel Nederland.

Hoogachtend,

A. Heertje

Nu de dagen van Gerritsen als bestuurder van jeugdzorg zijn geteld, werpt hij zich in het Parool op als de beschermer van de kinderen (zijn positie doet erg denken aan die van Mindert Mulder bij de NZA, die als directeur is ontslagen vanwege zijn rol in de zelfmoord van Arthur Gotlieb, de klokkenluider die bij de NZA soortgelijke misstanden heeft blootgelegd). Ineens spreekt Gerritsen van “een versnipperd en verbureaucratiseerd systeem’, van ‘zorgen die terecht zijn’ en ‘risico’s die reëel zijn” en roept hij valselijk op te vertrouwen op de professionaliteit van jeugdzorg. De klap op de vuurpijl is dat 95% van de kinderen bij jeugdzorg volgens Gerritsen gelukkig zou zijn, terwijl de percentages eerder omgekeerd liggen. Hij roept op tot samenwerken, terwijl hij al die jaren verantwoordelijk is voor het systeem dat hij nu bekritiseert en als potentaat juist het tegendeel belichaamde van samenwerken waartoe hij nu oproept.

Elders in het land worden gezinsvoogden en andere medewerkers van jeugdzorg reeds ontslagen, worden budgetten terug geschroefd; bezuinigingen die het positieve effect hebben dat aan de inhumane activiteiten nu noodgedwongen een halt wordt toegeroepen. Ongetwijfeld poogt Gerritsen aan een bijltjesdag te ontkomen, maar daarvoor is het nu te laat en heeft hij teveel verderf veroorzaakt. Bijvoorbeeld door het benutten van de betrokkenheid van ouders waartoe hij nú oproept, juist op een intimiderende en ‘bevel is bevel’ attitude de grond in te boren.

In zijn recensie van mijn boek Economie, verschenen in de NRC van vrijdag 26 september, wees Cees Banning terecht op de jeugdzorg als voorbeeld van inhumane architectuur en op mijn suggestie voor humanisering door het toepassen van Mechanism Design. Daarom moet nu de weg worden ingeslagen naar humanisering van de jeugdzorg door nieuwe bestuurders en nieuwe mensen op de werkvloer.

Kindermishandeling en de handelsgeest van bureau Jeugdzorg Gelderland

Reactie op “Ontkenning van kindermishandeling” van 19 augustus 2014, door dr. Jan Willems

Na 30 jaar onderzoek van het fenomeen kindermishandeling mag dr. Willems zich een deskundige op dit gebied noemen. Hij heeft m.i. helemaal gelijk: ontkenning van feiten leidt in de jeugdzorg tot kindermishandeling. Ontkenning van feiten leidt ook tot mishandeling van ouders, grootouders en overgrootouders. Hulpverleners zetten vaak zware wapens in om kinderen van hun eigen ouders en familie te scheiden. Ik noem dat “de geheime missie van bureau Jeugdzorg”.

Een concreet voorbeeld laat deze missie zien.

Een tweeling, een jongetje en een meisje, wordt op 1,5 jarige leeftijd onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. De peuters komen terecht in een crisispleeggezin. Dat is een pleeggezin waar kinderen slechts kortdurend mogen worden opgevangen. De pleegouders hebben nog een 16-jarige dochter en een 11-jarige zoon in huis. De peuters krijgen samen één slaapkamertje.

Stichting Lindenhout vindt in het netwerk van de tweeling een familielid dat bereid en in staat is om de zorg voor de tweeling op zich te nemen. Bureau Jeugdzorg besluit echter om de tweeling “perspectief-biedend” in het crisispleeggezin te plaatsen. Daarop wijzigt Lindenhout op papier de status van het pleeggezin. Het is nu plotseling geschikt voor langdurige opvang. Bureau Jeugdzorg verandert dus het beleid van Lindenhout, die jeugdzorg juist zo kort mogelijk wil laten duren.

Een jaar na de plaatsing maken de pleegouders onverwachts aanstalten om naar een andere gemeente te verhuizen. Ze doen dat zonder overleg met Lindenhout. De pleegouders negeren de rol die Lindenhout als begeleider van pleeggezinnen heeft en zetten Lindenhout eenvoudig buitenspel.

Lindenhout vertelt  de biologische vader dat de verhuizing op termijn gevolgen voor de tweeling zal hebben. Toch zijn ook de directe gevolgen niet te ontkennen: de tweeling moet naar een andere peuterspeelzaal en raakt alle speelkameraadjes kwijt.

De pleegvader vertelt aan de biologische vader dat de verhuizing in het voordeel van de tweeling is: de kinderen krijgen in de nieuwe woning ieder een eigen slaapkamer. Tussen neus en lippen door vertelt hij dat het nog geen 3 jaar oude jongetje waarschijnlijk ADHD heeft want hij is zo druk. En nee, dat ligt niet aan de verhuizing, want daar heeft hij de tweeling al goed op voorbereid.

De biologische vader herkent bij zijn zoontje geen ADHD. Het jochie is, net als zijn zusje, gewoon actief. Ze houden van buiten spelen en spelletjes doen. Hij vraagt zich dan ook af of zijn kinderen in het pleeggezin te weinig positieve aandacht krijgen. Die vraag valt bij de gedragsdeskundige niet in goede aarde. Zij beschuldigt hem ervan de pleegouders te diskwalificeren.

In de nieuwe woning mag de biologische vader de slaapkamers van zijn kinderen een jaar lang niet zien. Pas na aandringen van Lindenhout mag dat wel. Met eigen ogen ziet hij dat zijn kinderen toch weer samen één slaapkamertje kregen. De twee kinderbedjes staan strak tegen elkaar aan, in de lengte tegen de verwarming en pal onder het raam. Aan de buitenkant van de slaapkamerdeur zit een deurketting. De pleegvader vertelt dat hij die voor zijn pleegzoon nodig heeft. Daarop klaagt de biologische vader bij Lindenhout over hoe zijn kinderen gehuisvest zijn.

Lindenhout geeft de pleegouders opdracht om de deurketting direct te verwijderen en zo snel mogelijk twee slaapkamers voor de tweeling in te richten. De pleegouders vinden hun huis daarvoor te klein. Als oplossing laten ze hun eigen dochter snel het huis uit gaan. Of dit een positieve of een negatieve invloed heeft op hun relatie met de biologische vader en met Lindenhout, laat zich raden.

Tijdens het daaropvolgende evaluatiegesprek over de jeugdhulpverlening vertelt de pleegvader dat zijn pleegzoon toch geen ADHD heeft. Hij geeft alsnog de schuld van diens drukke gedrag aan de verhuizing. Voor hetzelfde geld had het jochie onterecht het ADHD-stempel gekregen en medicijnen moeten slikken.

De pleegmoeder vertelt dat haar pleegkinderen een slechte gezondheid hebben: de huisarts heeft hen in korte tijd nogal wat antibioticakuren gegeven om keel- en oorontstekingen te bestrijden. Dat de slechte huisvesting van de tweeling de oorzaak kan zijn geweest, is niet bespreekbaar.

De biologische vader vroeg al vanaf de uithuisplaatsing of hij met artsen en scholen mocht spreken. Nu vraagt hij zich af of de huisarts ooit de tweeling in het pleeggezin heeft bezocht. Lindenhout verwijst hem met zijn vragen steeds door naar bureau Jeugdzorg. Daar krijgt hij van de gezinsvoogd en de gedragsdeskundige steevast hetzelfde antwoord: “De gezondheid van de tweeling is een zaak van de pleegouders, om privacy-redenen maken wij de naam van hun huisarts niet aan jou bekend.”

Tijdens een bezoek van de tweeling aan hun vader klaagt zijn dochtertje over oorpijn. Hij ziet een fikse ontsteking aan haar linkeroorlel en achter het rechteroortje oude wondjes. Beide oorstekers haalt hij er voorzichtig uit. Zijn dochtertje vertelt hem dat zij al vaker bij haar pleegmoeder over oorpijn had geklaagd. Die had uitgelegd dat de oorstekers in moesten blijven, want dan konden de gaatjes niet dichtgroeien. De gezinsvoogd legt een melding van de oma van de tweeling, over verwaarlozing en mishandeling door de pleegmoeder, onbeantwoord naast zich neer.

Intussen bereikt de tweeling de basisschoolleeftijd. In groep 1 en groep 2 zitten de kinderen bij elkaar in de klas. De pleegouders volgen in die tijd een training over het opvoeden van een tweeling. In overleg met de basisschool wordt de tweeling in groep 3 in twee parallelklassen geplaatst. Volgens de gezinsvoogd en de gedragsdeskundige is dat beter voor hun identiteits- en schoolontwikkeling.

Aan het einde van het schooljaar hebben beide kinderen 8 onvoldoendes op hun rapport. Het gevolg is dat zij groep 3 moeten doubleren. Een gevolg is ook, dat ze wéér hun klasgenootjes kwijtraken. Voor de zoveelste keer moeten ze aan nieuwe groepsgenootjes wennen. Voor dat gebeurt, meldt Lindenhout dat de pleegouders ADHD-proefmedicatie aan hun pleegzoontje geven. De pleegouders moeten ook een PMTO-training volgen: een opvoedcursus om met moeilijke kinderen om te gaan.

Bureau Jeugdzorg legt de opvoeding en de schoolontwikkeling van de tweeling voortdurend en volledig in handen van de pleegouders. Lindenhout en ook de school erkennen dat betrokken biologische ouders van positieve invloed zijn. Toch verbiedt de gezinsvoogd de biologische vader om naar 10-minutengesprekken en ouderavonden te gaan. Hij mag geen schoolvoorstellingen van zijn kinderen bijwonen en niet met sportdagen helpen. Hij wordt niet betrokken bij de opvoeding van zijn kinderen. De ondertoezichtstelling van de kinderen en het ouderlijk gezag van hun biologische moeder wordt dus TEGEN de biologische vader gebruikt.

De pleegmoeder is intussen grootmoeder geworden. Via een gastouderbureau past ze 3 tot 5 keer per week thuis op haar kleindochtertje. Na verloop van tijd komt er ook een kleinzoontje bij.
Zij heeft dan de zorg voor vijf kinderen: haar eigen zoon, twee pleegkinderen en twee kleinkinderen. In de rapporten en verslagen van bureau Jeugdzorg en Lindenhout wordt dit nergens vermeld. Welke invloed de zwaardere belasting van de pleegmoeder en de vijf kinderen op elkaar hebben houdt bureau Jeugdzorg buiten beeld.

Bureau Jeugdzorg rapporteert wel dat de pleegouders in een identiteitscrisis zijn geraakt. Ook spelen er in het pleeggezin rond de tweeling loyaliteitsconflicten. Daarop eist bureau Jeugdzorg dat de biologische vader (!) zich met zijn kinderen laat observeren. Hij ziet daarin geen oplossing voor de pleegouders en werkt niet mee. Uit wraak zet de gezinsvoogd de bezoeken van de tweeling aan hun vader en zijn familieleden stop.

Pas als de kinderen op school zijn blijven zitten en zij allebei gedragsproblemen in het pleeggezin blijven houden neemt de gedragsdeskundige, die ineens plaatsvervangend gezinsvoogd is, weer contact met hun vader op. Het duurt dan nog een jaar voor de tweeling weer naar hun vader en eigen familie toe mag. De oorspronkelijke gezinsvoogd bepaalt dat de tweeling hun vader 8 uur per jaar mag bezoeken; en vader mag 8 keer per jaar 10 minuten met zijn kinderen bellen.

Bureau Jeugdzorg is met deze pleegouders overeengekomen dat zij de tweeling tot in 2024 houden. “Perspectief-biedend geplaatst” betekent dan: het financieel perspectief voor pleegouders.

Volgens Lindenhout kost een pleegkind ongeveer € 50.000 per jaar aan gemeenschapsgeld.
Dan is het rekensommetje voor de toekomst: twee kinderen x € 50.000 x 10 jaren = € 1.000.000. Garanties voor enige zelfstandigheid van de tweeling, na 2024, geeft bureau Jeugdzorg niet.

Getuigt dit van de handelsgeest van bestuurder Hans Lomans van bureau Jeugdzorg Gelderland?
Ik noem het uitbuiting van twee kleine kinderen; en de belastingbetaler draait voor de kosten op.

De tweeling, die intussen 8 jaar oud is, blijft in het pleeggezin en aan Lindenhout-medewerkers vertellen dat zij vaker en langer naar hun vader toe willen. De gezinsvoogd heeft de tweeling verteld “dat het is, zoals het is”. Hun pleegvader heeft hen daarna verteld dat zij hun pleegmoeder nergens de schuld van mogen geven. Wie dan wel? De gezinsvoogd, de gedragsdeskundige, Hans Lomans? Lijkt mij wel.

Wanda Ravier, oma van de tweeling

Kort geding

Ons bereikt het bericht dat op 12 september om 15.15 ten overstaan van de rechtbank in Lelystad, Stationsplein 15, een kort geding plaats heeft, aangespannen door de medewerker van de Hogeschool van Amsterdam, de heer J. Verzijden, tegen de stichting Mikey-Max. In de kern is de vraag aan de orde of deze stichting de inhumane handelingen van Bureau Jeugdzorg in Amsterdam, geleid door de heer E. Gerritsen, in het openbaar aan de kaak mag stellen. Wellicht is het kort geding de moeite van het bijwonen waard.

Kindermishandelingskruistocht

… hun opvattingen hebben veel aards lijden veroorzaakt en veroorzaken dit nog steeds … (A. Van Dantzig)

Bezinning

Als een aanpak niet werkt en zelfs schadelijk is, is het tijd om achterover te leunen en zich te bezinnen, in plaats van de trein door te laten denderen. Dit kan pijnlijk zijn voor diegenen die te vuur en te zwaard de aanpak verdedigen, maar verdere schade moet voorkomen worden.

Ik heb het natuurlijk over de aanpak en bestrijding van kindermishandeling.

Prof. Van Dantzig, een psychiater, was geschokt over onderzoek waaruit bleek dat per jaar 50.000 kinderen werden mishandeld en begon met zijn vazallen een kruistocht. Hij richtte RAAK op, de Reflectie- en Actiegroep Kindermishandeling, waar ook Jan Willems deel van uitmaakt, pleitte voor opvoedles van ouders en meer controle, drang en dwang.

Zijn kruistocht veroorzaakt onnoemelijk veel onnodig lijden.

Onderzoek

Onderzoek is niet altijd betrouwbaar. Onderzoekers werken naar resultaten toe, interpreteren data verkeerd, baseren zich op onbetrouwbare instrumenten. Zo ook hier. De meldcode kindermishandeling en ook de veelgebruikte risicotaxatie LIRIK zijn onbetrouwbare instrumenten, die veel vals-positieven opleveren. Ook moet men bedenken dat jeugdzorg zelf ieder jaar een substantieel aantal meldingen over ouders doet, om de aanvoer van kinderen (lees: geld) te waarborgen. Andere meldingen, over mishandeling in instellingen en pleeggezinnen, worden daarentegen stelselmatig genegeerd. In instellingen is grof geweld tegen kinderen volkomen normaal. Vastpakken, tegen de grond duwen, in de isoleercel stoppen, vernederen, tot gehoorzaamheid dwingen en rustig houden met medicatie. Als u nog niet weet hoe gewelddadig daar met kinderen omgegaan wordt en u heeft een sterke maag, bekijk dan deze links:

Dat kinderen er dusdanig door getraumatiseerd raken, hun levenslust verliezen, crimineel worden of zelfs zelfmoord plegen, is gruwelijk en helaas begrijpelijk.

Mishandeling bestaat, maar het is maar de vraag of dat vooral door ouders gebeurt.

De grote, machtige, maar incompetente jeugdzorg

Kinderen zijn niet bij jeugdzorg gebaat. De ontelbare persoonlijke verhalen van vrijwel iedereen die met jeugdzorg in aanraking is gekomen, bewijzen dat jeugdzorg op geen enkel front ook maar iets te bieden heeft inzake hulp. Een topje van deze ijsberg staat op jeugdzorg-darkhorse en vele andere sites. Helaas kloppen al deze horrorverhalen.

Jeugdzorg is wel bij kinderen gebaat. Ouders brandmerken als kindermishandelaars EN jeugdzorg het monopolie geven bij het opsporen en in beheer houden van “mishandelde” kinderen, ondersteund door rechters die geen tijd hebben, niet deskundig zijn of zelf financiële belangen hebben in jeugdzorg, heeft van jeugdzorg een zeer machtig, onaantastbaar, maar etterend monster in de samenleving gemaakt, waar per jaar 4 miljard euro naar toe stroomt.

Een sprekend voorbeeld hiervan is de rechtszaak, waar Jan Willems zo enthousiast over is. In deze zaak, die niets anders is dan ordinaire kinderroof door BJZ, worden zowel het oordeel van deskundigen als de bloedband tussen ouder en kind door de rechters aan de kant geschoven. Bestudering brengt aan het licht dat in deze zaak drie partijen een financieel belang hebben bij het uit huis geplaatst houden van het kind: Bureau Jeugdzorg (30.000 euro minimaal per jaar), de pleegouders (pleegzorgvergoeding is hoger dan de kinderbijslag) en rechter Buijtenhuijs (bezoldigde bijbaan bij…..jawel, jeugdzorg).

Het verhaal van de vader is verbijsterend, maar binnen jeugdzorg volkomen normaal.

Door de bloedband te ontkennen, de sterkste band in de natuur voor mens en dier, wordt de weg vrij gemaakt voor kinderroof op grote schaal. Precies wat er in Nederland gebeurt.

Aanvoer van kinderen

Om de werkgelegenheid en geldstroom naar jeugdzorg veilig te stellen, moeten er voldoende kinderen aangeleverd worden. Dit bereikt jeugdzorg door zich te nestelen in alle facetten van de samenleving waar kinderen zijn. Op basisscholen praten jeugdzorgwerkers met kinderen. Op middelbare scholen vullen pubers een vragenlijst in met zeer intieme vragen. In ziekenhuizen wordt het ouderprotocol gehanteerd om mishandelende ouders op te sporen. Verenigingen hebben mensen rondlopen die een cursus “signaleren van kindermishandeling” hebben gevolgd. In Amsterdam voert Hanna Swaab neurologische tests uit op kinderen (lees: proefkonijnen), het wijkteam is er, door Paul Frissen het Cubaans revolutionair comité genoemd, ouder- en kindadviseurs dringen 6 weken na de geboorte je huis met spiedende ogen binnen, medewerkers van Operatie Badeend tellen het speelgoed in de badkamer om te kijken of er zo mogelijk iets aan de ouders mankeert.

En overal en altijd hangt het vangnet van jeugdzorg klaar om zoveel mogelijk kinderen te vangen.

De kruistocht van RAAK houdt jeugdzorg zeer stevig in het zadel.

Alarm

In 2002 schreef prof. Hoefnagels:

Er zijn nog steeds rechters die menen dat de werkers bij de kinderbescherming deskundig zijn, maar het overgrote deel van hen kent noch het recht noch de psychologie van dit terrein, noch de minimale normen die aan een rapport gesteld mogen worden. Op grond van vele expertises heb ik geconstateerd dat de rapporten van de raden en andere kinderbeschermingsinstanties niet op feiten berusten.
bron

Exact ditzelfde constateerde in november 2013 de kinderombudsman, in het rapport “Is de zorg gegrond?”, en Ido Weijers in 2012 in “Tekortkomingen bij de uithuisplaatsing”.

Er is in die 11 jaar niets verbeterd en wat ouders en kinderen allang weten:

Op grond van onjuiste rapporten worden kinderen al jarenlang onterecht uit huis geplaatst.

Als jeugdzorg een integere organisatie zou zijn en er zou geconstateerd worden dat kinderen onterecht uit huis geplaatst of onder toezicht gesteld worden, dan zou de organisatie onmiddellijk groot alarm slaan en alle dossiers, waar volgens ouders en kinderen fouten in staan, herzien, want ieder kind dat een dag te lang uit huis is geplaatst is er 1 teveel. Men zou fouten herstellen en maatregelen nemen om herhaling te voorkomen. Men zou zijn verantwoordelijkheid niet ontlopen en dat ook niet willen.

Evenwel doet jeugdzorg er niets mee, hoeft er ook niets mee te doen, herstelt fouten niet en laat kinderen verder wegkwijnen in instellingen en pleeggezinnen. Men wil namelijk graag die 4 miljard euro per jaar blijven opstrijken. En uithuisgeplaatste kinderen brengen veel op.

Zijn er alternatieven voor de huidige jeugdzorg?

Absoluut. Voor problemen zijn prima andere oplossingen te bedenken. Bovendien zijn mensen veel sterker dan hen wijsgemaakt wordt. Ze kunnen hun problemen zelf oplossen, op hun manier, met de hulp die ZIJ zoeken. Het geld wat door jeugdzorg opgeslokt wordt, is uitstekend in te zetten voor WERKELIJKE HULP.

Wat nu?

Ouders, kinderen, grootouders, ooms, tantes, vrienden en alle andere betrokkenen, die hierdoor geschokt zijn, willen deze jeugdzorg niet. De vraag is: Hebben we de macht het te veranderen? Deze site bestaat niet voor niets. Hoe meer in de openbaarheid komt, hoe meer mensen zullen beseffen, dat er iets heel erg mis is. En dat dit desastreus is voor de hele samenleving.

Jeugdzorg doet niets, de politiek doet niets, en dus moet de samenleving zelf alarm slaan.

Kik de Jong

 

Ontkenning van kindermishandeling

19 Augustus 2014 door dr. Jan Willems

Ontkenning van onwelkome feiten is een bekend en belangrijk fenomeen waarmee mensen en hele maatschappijen zich op de been houden. Soms voor korte tijd, soms een leven lang, of over meerdere generaties. Ontkenning kent vele vormen: bagatelliseren, rationaliseren, projecteren, loochenen, verdringen, vluchten in ideologieën, zich vastklampen aan hele en halve leugens en zelfbedrog. Ontkenning kan tijdelijk een nuttige functie hebben, een doekje voor het bloeden zijn, of een stapel doeken, maar vroeg of laat steken de onderdrukte persoonlijke of maatschappelijke spoken toch weer hun akelige koppen op. Een gevoelige snaar wordt geraakt. De vlam schiet in de pan. Met sommige feiten uit het persoonlijke of maatschappelijke verleden, of heden, willen we gewoon niet geconfronteerd worden. De pijn is te groot, de angst te overweldigend, verbale of zelfs fysieke agressie is dan vaak het eerste afweermiddel waarnaar gegrepen wordt.

Al dertig jaar onderzoek ik het fenomeen kindermishandeling. Dat is uiteraard niet mogelijk zonder eerst afgerekend te hebben met de persoonlijke spoken uit je eigen jeugd en verleden. Ontkenning is stilstand. Als persoon groei je pas weer als eerst beangstigende beelden of onaangename feiten onder ogen worden gezien. Dat geldt óók voor maatschappelijke verandering. Die is pas echt mogelijk als niet meer wordt weggekeken van grootschalige en grove mensenrechtenschendingen in heden en verleden. Eén zo’n grootschalige en grove mensenrechtenschending is de kindermishandeling. Nog steeds. Ook in Nederland.

Al twintig jaar publiceer ik over kindermishandeling en geef ik lezingen en colleges. Intussen zijn de keren dat ik naar aanleiding van publicaties of lezingen met persoonlijke of maatschappelijke spoken van lezers of toehoorders te maken kreeg, niet meer te tellen. Hoog tijd om eens in kaart te brengen op welke onderdelen of aspecten van kindermishandeling ontkenning bestaat en toeslaat. Ik heb inmiddels een tiental ‘ontkenningen’ onderscheiden, die ik verder wil uitdiepen in het kader van het onderzoeksproject van het Maastrichts Centrum voor de Rechten van de Mens naar ontkenning (denial) van grootschalige en grove mensenrechtenschendingen. Dit project heet Denialism and Human Rights en daarbinnen onderzoek ik de tien ‘denialisms’ met betrekking tot kindermishandeling.

Op deze plaats zal ik de vier belangrijkste aanstippen waarmee ik nog geregeld wordt geconfronteerd. Ten eerste: ontkenning met betrekking tot de definitie van kindermishandeling. Wie ook ernstige vormen van vermijdbare kinderbeschadiging door ouderlijk toedoen of nalaten buiten deze definitie wil houden, kan beter eerst te rade gaan bij de LONGSCAN classificatie  en bij General Comment 13 (2011) van het Kinderrechtencomité.

Ten tweede: ontkenning met betrekking tot de omvang van kindermishandeling. De cijfers zijn schrikbarend, en bovendien nogal uiteenlopend, afhankelijk van het soort onderzoek. Wie zich wil oriënteren, dient verschillende studies te raadplegen: de Nederlandse SOM 2007  en NPM-2010, onderzoek verschenen in The Lancet 2008 en gegevens uit 2013 van de NSPCC. De percentages variëren van ruim 3% van alle kinderen per jaar (120.000 in Nederland; NPM-2010) tot een kwart of zelfs meer dan een derde over de hele jeugd (NSPCC, SOM). Veiligheidshalve wordt uitgegaan van grofweg 10% per jaar in rijke landen (350.000 kinderen in Nederland; The Lancet/BBC). Het gaat dan om ernstige vormen van geweld, verwaarlozing of misbruik.

Ten derde: ontkenning met betrekking tot de ernst van de gevolgen van kindermishandeling. Persoonlijke en maatschappelijke spoken zullen er geen boodschap aan hebben maar wetenschappelijk gezien is hier geen enkele ruimte voor ontkenning blijkens met name de gegevens uit de diverse onderzoeken van de ACE Study en van het Center on the Developing Child van Harvard University. Propageerders van gelijkwaardig ouderschap redeneren het belang van het kind weg, bijvoorbeeld door omgang met beide ouders per definitie tot belang van het kind te verklaren, en aldus een mogelijk beschadigende ouder over één kam te scheren met een beschermende of meer sensitieve ouder. Maar het ondergeschikt maken van het belang van het kind aan de belangen van volwassenen is niet alleen een schending van kinderrechten maar leidt al snel tot kindermishandeling. De volgende ontkenning is dan het wegkijken of wegredeneren van de ernst van de gevolgen daarvan. Ook over het belang van het kind heeft het Kinderrechtencomité, in General Comment 14 (2013), zijn licht laten schijnen.

Ten vierde: de bloedbandmythe. Deze traditionele mythe, tegenwoordig in de moderne variant van de DNA-mythe, betreft de ontkenning van het primaire belang van de gehechtheidsband. Ook in Nederland is ruim een derde van heel jonge kinderen niet veilig gehecht. Veilige gehechtheid is niet een zaak van biologie (je bloedeigen kind of de helft van je DNA) maar van intensieve en sensitieve interactie tussen ouderfiguren en baby’s en peuters. In een uitspraak van 22 mei 2012 gaf de Groningse rechtbank aan dat gelukkig goed te hebben begrepen. De rechtbank volgde de conclusies van de ‘deskundigen’ niet en gaf aan dat zij “het door de deskundigen gehanteerde criterium, de bloedband, niet juist acht.” Helaas volgen rechters als regel ‘deskundigen’ wel.

In de lange reactie van Kik de Jong op mijn eerste blog komen alle vier ‘denialisms’ voorbij, aan de hand van stromannen en spokenfluisteraars. Niet iedereen die negatieve ervaringen met jeugdzorg heeft, weet deze even goed, en vanuit voldoende zelfinzicht, te onderbouwen. Dat is jammer omdat jeugdzorg en kinderbescherming in Nederland daar niet beter door worden. Maar misschien vooral omdat persoonlijke en maatschappelijke spoken er alleen maar door worden gevoed.

Stichting Mikey-Max (2)

E-mail aan mevrouw Bakker; advocate bij Van Diepen en Van der Kroef.

From: A. Heertje

Sent: Tuesday, August 12, 2014 11:37 PM
To: mevrouw Bakker
Subject: Stichting Mikey-Max

Geachte mevrouw Bakker,

In uw e-mail blijft in het midden wie de cliënt is, Verzijden, Gerritsen, of een derde. Gemakshalve neem ik aan dat u het over Verzijden hebt. In dat geval kiest uw cliënt de openbaarheid door het aanspannen van een kort geding tegen een publieke rechtspersoon en het onder derden verspreiden van een concept-dagvaarding.

In deze dagvaarding wordt Verzijden met naam en toenaam vermeld. Op internet maakt Verzijden zelf melding van zijn verbintenis met de Hogeschool van Amsterdam. Hij rapporteert rechtstreeks aan het college van bestuur. De berichtgeving is derhalve geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van Verzijden. De heer Verzijden wordt niet in een kwaad daglicht gesteld. Dus er is geen inbreuk op eer en goede naam.

De website beschikt door vrije nieuwsgaring over informatie door Verzijden zelf in het maatschappelijk verkeer gebracht. De berichtgeving blijft in volstrekt feitelijke sfeer. De website heeft geen melding gemaakt van de inhoud van de dagvaarding, hoewel deze vanuit een oogpunt van humanisering van de jeugdzorg van grote betekenis is. Van een onrechtmatige daad (wetsartikel 6:162) is geen sprake. Ook niet in de zin van strijdigheid met een wettelijke plicht of de maatschappelijke betamelijkheid.

Vooralsnog zie ik daarom geen reden aan uw sommatie te voldoen. Echter, voor een finaal oordeel wens ik mijn raadsman te raadplegen, die evenals de heer Rutte met vakantie is. Daarom kan ik u eerst vrijdag definitief berichten.

Overigens merk ik op het volstrekt onnodig te vinden mij op een intimiderende wijze toe te spreken, een wijze die wellicht succes heeft bij anderen, maar in mijn geval vanwege mijn langdurige ervaringen veeleer een averechts effect heeft.

Met vriendelijke groeten,

A. Heertje

Stichting Mikey-Max (1)

Ons kwam ter ore dat een kort geding op stapel staat tegen de stichting Mikey-Max.
Deze stichting speelt een rol in de strijd om de humanisering van de jeugdzorg.

Het kort geding wordt aangespannen door de heer Jerry A. Verzijden. De heer Verzijden is het hoofd van de afdeling externe betrekkingen van de Hogeschool van Amsterdam.

Blijkens mededelingen van zijn advocaat, Mr. C.R. Rutte van het legendarische advocatenkantoor Van Diepen en Van der Kroef, gevestigd Villa Voorhout, Kennemerstraatweg 2 te Alkmaar, beooogt drs. Verzijden de integrale verwijdering van de website van de stichting van internet en van de verwijdering van de domeinnaam http://mikey-max.nl. Deze eisen zijn tot stand gekomen in goed overleg met de heer E. Gerritsen, directeur jeugdzorg Amsterdam.

Wij blijven de procesgang volgen.

Casus: Familie Schuur – Jeugdzorg Drenthe

Mailwisseling inzake Familie Schuur – jeugdzorg Drenthe

From: A. Heertje
Sent: Thursday, August 7, 2014 10:24 PM
To: info@bjzdrenthe.nl
Subject: t.a.v. dhr. Wierda

Geachte heer Wierda,

Uw grievende brieven aan mevrouw Schuur verdienen ruime publicatie. Ik zal deze daarom opnemen in de volgende druk van ‘Economie’ (Prometheus, Amsterdam) omdat door deze brieven wordt geïllustreerd hoezeer de jeugdzorg in ons land in handen van inhumane managers is verworden tot een sector waarin de leugen regeert, het geld het denken beheerst en de kinderen worden geslachtofferd. Ik zal uw brieven integraal opnemen.

Hoogachtend,

A. Heertje

From: A. Heertje
Sent: Thursday, August 7, 2014 10:19 PM
To: naomi.pastoor@bjzdrenthe.nl
Cc: info@bjzdrenthe.nl

Geachte mevrouw Pastoor,

Ik neem wederom kennis van uw inhumane bejegening van mevrouw Schuur en haar kinderen. Terwijl het bij jeugdzorg gaat om het beschermen van kinderen draagt u bij aan ten minste hun geestelijke mishandeling. Terwijl Joyce naar de school in Hoogmalen wil waar haar kwaliteiten beter tot hun recht komen dan in Assen, blokkeert u dit door de rechter hierover valselijk voor te lichten. Ook de werkgever Stork-Zehnder van de heer Dijkstra wordt wederom op het verkeerde been gezet. Deze praktijken kunnen het daglicht niet velen en dienen daarom onder de aandacht van het grote publiek te worden gebracht. Uw directeur zal ik ook berichten.

Hoogachtend,

A. Heertje