Remzi Cavdar moet hoop houden

Door toedoen van de inhumane Schrikkergroep heeft de nu 21-jarige Remzi Cavdar volstrekt ten onrechte de helft van zijn leven doorgebracht in instellingen voor verstandelijk gehandicapten. Het handelen van de Schrikkergroep is misdadig en getuigt van een grotesk gebrek aan deskundigheid. Uit intellectueel oogpunt slaat het vonnis van de rechter, die luistert naar de naam H. J. Fehmers, echter alles.

Nu vast staat dat deze jongeman nooit verstandelijk gehandicapt is geweest, blijft deze rechter staan achter het oordeel van de beunhazen bij de Schrikkergroep die zeventien jaar geleden de jongeman als zwakzinnig hebben getypeerd en dat oordeel tien jaar hebben staande gehouden. Hoe is het mogelijk dat een onafhankelijk en zelfstandig denkend rechter, zo achter beunhazen blijft aanhobbelen?

Dat kan alleen worden verklaard uit het intrinsieke onvermogen van deze rechter zich te verplaatsen in het leed dat aan deze jongeman is toegebracht. Een verklaring daarvoor moet worden gezocht in de levensloop van de rechter. Zijn argumentatie is zo stupide dat er meer aan de hand moet zijn dan alleen een te vergeven intellectueel tekort. Er is ook sprake van een opvallend menselijk tekort, een karakteristiek die tegenwoordig nog zelden wordt aangetroffen bij de rechterlijke macht.

Een factor in deze zaak is verder het beschamende optreden van de advocaat Mr. Korver blijkens de openbare zitting. Wanneer Remzi hoger beroep aantekent, moet hij op zoek naar een goede advocaat en erop vertrouwen dat het Hof niet alleen juridisch technisch bekwame maar vooral ook humane rechters afvaardigt. Ik ben ervan overtuigd dat het recht in deze zaak zal zegevieren.

 

Arnold Heertje

De rechtsstaat in de grondwet, maar nog steeds niet voor kinderen

Op 14 juli 2014 publiceerde dr. Jan Willems onderstaand opiniestuk  (bron: Maastricht University)

Op 27 juni berichtte de rijksoverheid het volgende. ‘De Grondwet krijgt een algemene bepaling die uitdrukt dat Nederland een democratische rechtsstaat is. Deze zal voor artikel 1 worden toegevoegd en luiden: De Grondwet waarborgt de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten.’ Aldus deze website van de rijksoverheid.

In 1998 verdedigde ik in mijn proefschrift Wie zal de opvoeders opvoeden? de stelling dat in Nederland sprake is van grootschalige en ernstige mensenrechtenschendingen. En wel door het grove gebrek aan structurele preventie van kindermishandeling, waarvan tienduizenden kinderen elk jaar het slachtoffer waren met zeer ernstige gevolgen voor henzelf, de gezinnen waarin zij opgroeien, en de hele maatschappij. Bij een dergelijke grove mensenrechtenschending is het bijna een gotspe Nederland een rechtsstaat te noemen. Is de situatie intussen zodanig verbeterd dat we de rechtsstaat zonder gêne een plaatsje in de Grondwet kunnen geven? Helaas, het tegendeel is het geval.

De omvang van kindermishandeling is toegenomen, van schattingen van minimaal 50.000 vóór 1998 en minimaal 80.000 in mijn proefschrift naar een in 2005 en 2010 gemeten omvang van minimaal 120.000 kinderen per jaar. En ook dat is nog een forse onderrapportage van de werkelijke omvang van vermijdbare ernstige kinderbeschadiging. Zeker als je bedenkt dat één op de drie jonge kinderen – volledig onnodig – onveilig is gehecht. Met alle risico’s vandien voor de gezonde ontwikkeling van hun hersenen, veerkracht en persoonlijkheid.

Bovendien weten we meer van de ernst van de gevolgen, met name op medisch en neurologisch vlak (zie Acestudy en Harvard), en van de miljarden per jaar die we in Nederland verspillen met een achterhaalde en averechtse aanpak. We weten immers ook veel beter dan in 1998 wat echte preventie inhoudt en hoe de aantallen dus drastisch kunnen worden teruggedrongen. En daarmee de kosten van gezondheidszorg, criminaliteit en uitkeringsafhankelijkheid.

Het sterkste staaltje van de averechtse aanpak, en voortdurende kinderrechtenschendingen, in ons land is wel de intensieve bemoeienis van jeugdzorg en kinderbescherming met ‘vechtscheidingen’ die dat helemaal niet zijn, waardoor kinderen niet bij de ouder met de meest empathische persoonlijkheid en de meest empathische (in vaktermen: responsieve) opvoedingsstijl worden geplaatst, maar bij de ouder die het best de slachtofferrol speelt en het meest meehuilt met de jeugdzorgwolven in het bos (zie Jan Storms, Destructieve relaties op de schop, Utrecht 2014, slothoofdstuk; laatste druk zojuist verschenen).

Door het sinds 1995 geheel ontbreken van effectieve rechterlijke controle opereert jeugdzorg praktisch gezien als een staat-in-de-staat. Naar (beschermende) ouders en (bedreigde) kinderen wordt niet geluisterd. En de belastingbetaler draait ervoor op (zie Arnold Heertje, Economie, Amsterdam 2014, laatste hoofdstuk). Over democratie en rechtsstaat gesproken.

De Grondwet waarborgt de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten? Niet voor empathische ouders, niet voor de argeloze belastingbetaler, en al helemaal niet voor mishandelde en bedreigde kinderen!