Jeugdzorg op het kruispunt van misdaad en humaniteit

Met angst en beven kijken gemeentebesturen uit naar 1 januari, de dag waarop zij de zorg voor de jeugdzorg in hun bij voorbaat onvoorbereide maag gesplitst krijgen. Kernprobleem is dat de gemeenten op beleidsniveau geen benul hebben van de misdadige praktijken op de werkvloer van jeugdzorg. Het ontstellende en onheilspellende gebrek aan kennis gaat voor een belangrijk deel terug op bewust beleid van de bestuurders van jeugdzorg. Zij hebben geen belang bij openheid omtrent de perverse prikkels, het feit dat niet het beschermen van kinderen voorop staat, maar het genereren van geldstromen en werkgelegenheid.

Door het maximeren van uithuisplaatsingen, ondertoezichtstellingen, ambulante hulp en speciaal onderwijs. Door het malafide gedrag van gezinsvoogden en teammanagers en andere pseudodeskundigen jegens de kinderen en hun ouders blijkens intimiderende brieven en handelingen. Door het met behulp van de politie (soms acht of tien agenten) heimelijk kinderen uit hun huis halen met overvalwagens. Door het onder begeleiding van agenten vervoeren van de toevertrouwde kinderen in geblindeerde busjes naar gesloten instellingen. En door het verhullen van het gemiddeld wekelijks voorkomen van het overlijden van kinderen.

Dit complex van ellende moest tot 1 januari onder de pet van jeugdzorg blijven, maar is vanaf 1 januari een ‘machine de guerre’ in de handen van jeugdzorg, omdat daarmee kan worden gedreigd. Erik Gerritsen en zijn collega’s nopen de gemeenten met geld over de brug te komen en leggen bij voorbaat de schuld voor falend beleid bij de gemeenten. Elk kind dat door jeugdzorg wordt geslachtofferd zal vanaf heden niet onder het tapijt verdwijnen maar grootscheeps media-aandacht krijgen. De gemeenten worden door schade en schande wijs, maar dat gaat lang duren en gaat ten koste van de kinderen die in plaats van bescherming te ontvangen, permanent worden bedreigd. Een lichtpunt is dat de kans op grotere openbaarheid omtrent de misstanden toeneemt, waardoor politiek verantwoordelijke bestuurders worden geactiveerd en niet langer alleen op hun ambtenaren vertrouwen.

Op het niveau van de politiek heeft in een vorige periode Rouvoet door zijn beleid veel boter op het hoofd gekregen en nu schuift staatssecretaris van Rijn de hete aardappel van zijn bord. Blijkens de brieven die hij schrijft over jeugdzorg doet hij niets aan het daadwerkelijk beschermen van de kinderen en vervalt hij slechts in inhumane, formele teksten. Dieptepunt was zijn reactie op het onderduiken van Sylvano, hij sprak van een omgekeerde wereld en riep de politie te hulp om de vervolging in te zetten van de jongen, zijn moeder en zijn familie en de mensen die hem hielpen (zelfs tot in Frankrijk toe). Als het aan hem had gelegen was niet alleen Sylvano opgepakt met veel vertoon van politiemacht en achter slot en grendel gezet in een gesloten inrichting, maar ook de mensen die het risico namen te helpen bij de onderduik, en zodoende verzet hebben gepleegd, zouden zijn gearresteerd. Telefoongesprekken zijn door de politie afgeluisterd. Gelukkig is Sylvano ,die volstrekt ten onrechte en onnodig van zijn moeder was verwijderd, dankzij zijn eigen enorme geestkracht weer in de buurt van zijn moeder en is er het perspectief dat hij normaal naar school kan op een normale basisschool, zodat zijn intellectuele bekwaamheid tot bloei kan komen. Tijdens de kerstdagen sprak ik met hem en zijn moeder.

Voor mij is het geen omgekeerde wereld maar een wereld die ik ken. Daarom ben ik dankbaar een beetje te kunnen bijdragen aan Sylvano’s bevrijding. Te zijner tijd zal ik hem attent maken op het werk van de Franse Nobelprijswinnaar Patrick Modiano, die laat zien dat herinneringen vice versa zijn verbonden met gebeurtenissen in het heden in ruimte (Parijs) en tijd (de jaren na 1945). Ik laat mij die door hem blootgelegde verbindingslijnen door beoefenaren van het recht niet meer uit handen slaan, nu in hun handen recht verkeert in onrecht. Sylvano heeft Van Rijn een les voor het leven geleerd: niet opzij gaan voor misbruik van macht, intimidatie, intolerantie, onverdraagzaamheid, inhumaniteit en het geweld van politie en bureaucratie; onverschillig of het gaat om bewindslieden en burgemeesters in vredestijd of om gewone politieagenten en ambtenaren op de werkvloer.


 

Ik geef enkele recente voorbeelden van misdadig gedrag op de werkvloer van jeugdzorg in Nederland.

In Limburg-Zuid kondigt agent Fijneman aan dat de politie aldaar direct na kerstmis een groot offensief gaat starten om een moeder en haar kinderen op te sporen, te arresteren en op te sluiten. De betrokken korpschef heet G. Veldhuis. In mijn herinnering werd dit een klopjacht of een razzia genoemd. De betrokken burgemeester laat het gewoon gebeuren. Sylvano’s les lijkt nog niet geleerd, er zal wederom verzet worden gepleegd.

Jeugdzorg Haaglanden wenst onder leiding van Benne Holwerda, een dossier van een jongen van twaalf jaar die verder niets met jeugdzorg te maken heeft, gedurende vijftien jaar te houden; hoewel daarvoor geen enkele aanleiding is, de jongen daardoor in cruciale jaren wordt belast, moeder en jongen het vernietigd wensen te zien en deze handelwijze een schoolvoorbeeld is van inhumaan gedrag dat niet past in een vrije samenleving.

De toplieden van het Leger des Heils hebben drie jaar lang meegewerkt aan het ten onrechte uit huis halen van de Ilja-tweeling, het onderdrukken van de kinderen en het onthouden van goed onderwijs. Het Leger des Heils is door de rechtbank in Arnhem tot de orde geroepen zodat de kinderen weer thuis zijn en een grote schadeclaim tegemoet kan worden gezien. In gesprekken wekken de toplieden Palsma en Vader de indruk niet te weten wat hun medewerkers op de werkvloer al die jaren hebben aangericht. Ze beseffen nauwelijks welke grote nederlaag ze hebben geleden. Daarom moet je vrezen dat zij elders hun misdadig handelen voortzetten. Palsma en Vader achten hun misdadig gedrag verenigbaar met hun christelijke achtergrond. Jezus draait zich om in zijn graf. De verklaring is het enorme financiële belang bij uithuisplaatsingen en onder toezichtstellingen.

Van de vele gevallen in Amsterdam, het bastion van Erik Gerritsen, die nu onder toezicht staat van mevrouw Simone Kukenheim, die wellicht inhoudelijker en menselijker optreedt dan de vorige bestuurders waarmee Gerritsen in Amsterdam mee te maken had, is de casus van de Chinese jongen Zong Meng Sun illustratief. Jeugdzorg probeerde met behulp van de rechter deze jongen volstrekt onnodig voor lange tijd op te sluiten in een gesloten inrichting in Hoenderloo. De gezinsvoogd Carla liet de jongen in de rechtszaal begeleiden door politieagenten die hem na de zitting direct zouden opsluiten. De kinderrechter stuurde de agenten de zaal uit, eenvoudig omdat ze niet nodig waren. De jongen is inmiddels in een pleeggezin tegen de zin van jeugdzorg in en kan straks een normale opleiding volgen eveneens tegen de zin van jeugdzorg in.

In een ander geval stuurt de gezinsvoogd Ank bizarre intimiderende brieven rond waarin reeksen voorwaarden staan  waaraan een moeder zou moeten voldoen alvorens haar zoontje te zien. Zo moet zij verklaren niet over de ooms en tantes van de jongen te spreken, laat staan deze in beeld te brengen. Zij mag geen volwassen zaken met haar zoon bespreken, deze handelwijze roept herinneringen op à la Modiano. Gelukkig houdt de moeder zich er niet aan, maar het is illustratief voor het schrikbewind dat onder Gerritsen nu al jaren heerst. Wellicht komt er in 2015 een einde aan.

In de gemeente Uden staat burgemeester Hellegers toe dat op basisschool SBO de Tandem, geleid door de directrice C. van den Broek, een meisje van tien jaar wordt gepest en met de dood bedreigd, dit alles onder toeziend oog van Jeugdzorg Brabant. Het meisje zit ten onrechte op een school voor SBO hetgeen haar frustratie versterkt. Vanaf 1 januari kan de gemeente in gebreke worden gesteld.

In Zeeuws Vlaanderen chanteert de regiomanager van jeugdzorg A.P. Zwart, mevrouw Maria Bons en haar kinderen met een huurhuis door te dreigen de huur op te zeggen als zij zich niet vrijwillig onderwerpt aan hulp van het bureau Juvent, een hulp die naar ieders oordeel niet nodig is doch alleen wordt opgedrongen vanwege de financiële prikkel. In deze casus is bij wijze van uitzondering een positieve rol gespeeld door de burgemeester van Leeuwarden, Ferd Crone.

Ten slotte de casus bij bureau jeugdzorg in Drenthe van a en zijn kinderen b en c. Beide kinderen wonen met plezier bij hun moeder thuis en zitten nu op goede scholen in de buurt. Over a is veel bekend, hij is een vooraanstaande medewerker van d, een onderdeel van e. A schrijft goed Nederlands. Zijn kinderen verzetten zich hevig tegen een contact met hun vader. De oudste zoon b wordt in maart 13 jaar, de dochter c is nu 7 jaar. Ik ben enigszins op de hoogte van de beweegredenen van de kinderen, in het bijzonder b maar voel mij niet vrij om daar verslag van te doen. Vermoedelijk kan de directie van e een constructieve rol spelen. Jeugdzorg Drenthe speelt via de gezinsvoogd Naomi P. in deze zaak een destructieve rol.


 

Deze illustraties laten zich zonder moeite een dertigtal uitbreiden. De één nog afschuwelijker dan de ander, elke casus kan ook nader worden gedocumenteerd, hetgeen ik wil doen als er geen verbetering in zicht is. Er is nog een mogelijk lichtpunt. In het verleden heeft het onder de pet houden er ook toe geleid dat de rechterlijke macht slaafs de voorstellen van jeugdzorg, de WSG en de Raad voor de Kinderbescherming heeft gevolgd. Door de toegenomen transparantie komt hierin geleidelijk verandering omdat de rechterlijke macht tot meer zelfstandige oordelen komt. Iemand als Benne Holwerda komt straks niet meer zo makkelijk weg met zijn valse praatjes als de feiten duidelijker in het openbaar naar voren komen (Holwerda verzoekt mij dringend niet de openbaarheid te zoeken, hetgeen alleen maar illustreert wat hij allemaal te verbergen heeft).

Wat betekent dit alles nu voor het beleid van politiek verantwoordelijke bestuurders in de gemeenten? Het betekent dat de betrokken wethouders hun  afstandelijke houding jegens jeugdzorg moeten laten varen. Zij zullen zich daadwerkelijk zelf moeten verdiepen in wat er op de werkvloer van jeugdzorg gebeurt. In zekere zin moeten zij zowel hun eigen ambtenaren als de bestuurders van jeugdzorg passeren. Alleen indien dit gebeurt verwerven deze bestuurders de noodzakelijke kennis omtrent de feitelijke gang van zaken op de werkvloer die het uitgangspunt moet vormen voor een humaner jeugdzorg.

Arnold Heertje

De zwarte lijst van jeugdzorg

In het kader van het blootleggen van het wangedrag van jeugdzorg is het ten behoeve van de bestuurders van de gemeenten van belang dat zij op de hoogte zijn van het gedrag van managers en van uitvoerders van het wanbeleid op de werkvloer; met naam en toenaam. Bijgaande brief is aan tientallen jeugdzorgmedewerkers en –bestuurders gestuurd.

Dames en heren,

 

Zoals u weet houd ik mij op afstand en intensief bezig met vrijwel alle bureaus jeugdzorg in Nederland. In het bijzonder richt ik mij op het inhumane gedrag van managers en medewerkers op de werkvloer jegens kinderen en hun ouders. Daartoe breng ik nauw gezet in kaart de handelwijze van de betrokkenen. Ik wijs u in dit verband op de jarenlang volgehouden mishandeling van kinderen en moeder in de zogenaamde Ilja-casus waaraan onlangs door de kinderrechter in Arnhem rigoureus een einde is gemaakt, omdat alle beschuldigingen van jeugdzorg, het Leger des Heils en de Raad voor de Kinderbescherming over dit gezin volledig onjuist zijn gebleken. In deze casus kan een enorme schadeclaim jegens de betrokken instanties tegemoet worden gezien.

Ook in dit geval was het zeer inhumane gedrag van de uitvoerenden op de werkvloer opmerkelijk. Volstrekt onbegrijpelijk zijn in dit verband de a-christelijke mores van het Leger des Heils. Het gedrag van jeugdzorg-medewerkers verwijdert zich vaak ver van wat in het maatschappelijk verkeer normale, menselijke gedragspatronen zijn. Daarvoor is geen aanleiding en geen redelijke verklaring, behalve dat managers de bescherming van kinderen opofferen aan een niets ontziende strijd om geld en werkgelegenheid. Het motief van uitvoerenden om hieraan mee te doen, moet worden gezocht in hun familieachtergrond. Mishandeling van andere mensen is – zoals bekend – vaak intergenerationeel: runs in families. Zowel managers als uitvoerenden moeten rekening houden met kinderen die als volwassenen verhaal komen halen, vooral nu jeugdzorg-medewerkers via internet steeds makkelijker te vinden zijn.

Tegen de achtergrond van de overgang van jeugdzorg van de centrale overheid naar de gemeenten informeer ik de politiek verantwoordelijken op lokaal niveau over het wangedrag van jeugdzorg-medewerkers waartoe u ook behoort. Daarin betrek ik ook het optreden van bureaus jeugdzorg, het Leger des Heils en de Raad voor de Kinderbescherming in de rechtszaal en met name de valse voorlichting die telkens wordt gegeven. Zoals bekend deed de Kinderombudsman ook al onderzoek naar de vele foutieve rapportages van jeugdzorg, maar het verkeerd voorlichten van de rechterlijke macht is nog altijd aan de orde van de dag. Sinds ik begon registreer ik wel een bescheiden kentering in de houding van kinderrechters en ook van kortgedingrechters waardoor minder slaafs de beweringen van bureaus jeugdzorg worden gevolgd. Van tijd tot tijd breng ik u via onze website http://humaniseringvandejeugdzorg.nl op de hoogte van onze vorderingen.

Hoogachtend,

A. Heertje

Inhumane jeugdzorg in Uden (2)

Hierbij de brieven aan de burgemeester van Uden en het onderwijs aldaar. Het komt erop neer dat de belangen van het meisje Lhana van der Burgt ondergeschikt worden gemaakt aan het financiële gewin van de School De Tandem en de gemeente Uden. De burgemeester die zou kunnen in grijpen, kijkt passief toe en laat het gebeuren. Deze houding zien wij vaker maar dat is volstrekt onaanvaardbaar.

Wed, 5 Nov 2014 20:13

Waarde burgemeester Hellegers,

Mede door intensieve contacten in de gemeente Uden ben ik op de hoogte van de inhumane respectievelijk afschuwelijke wijze waarop de dochter Lhana  van de heer en mevrouw van der Burgt basisonderwijs ontvangt, nu op een school voor speciaal basisonderwijs. Al enige jaren spelen verscheidene instanties, waaronder jeugdzorg, een kwalijke rol die daarbij handelen in strijd met de wet.  Per saldo kunnen de gebeurtenissen het daglicht niet velen. Mag ik er bij u langs deze informele weg op aandringen het daarheen te leiden dat dit meisje op een normale wijze opgroeit niet gehinderd door pesterijen en onnodige bemoeienissen van pseudodeskundigen?

Hoogachtend,

A. Heertje

 

Wed, 5 Nov 2014 21:28

Geachte mijnheer Heertje,

Het oordeel in uw mail is stevig. U zult het mij vast niet kwalijk nemen dat de situatie mij niet bekend voor komt. De heer en mevrouw vd Burgt zijn mij niet bekend. En evenmin de casus, waarop u duidt. Ik heb uw mail daarom uitgezet in mijn kabinet met het verzoek mij hierover te informeren. Wat daaruit ook moge komen, de heer en mevrouw vd Burgt mogen zeker ook contact met mij en/of wethouder Jeugdzaken/onderwijs opnemen. Wanneer ik meer informatie heb, zal ik u zeker informeren.

Met vriendelijke groet,

Henk Hellegers

 

Thu, 6 Nov 2014 21:43

Waarde burgemeester Hellegers,

Dank voor uw snelle reactie. Volledig begrijp ik dat u niet van deze casus op de hoogte bent. Echter, wanneer u erin duikt of één van uw medewerkers zich op de hoogte stelt, begrijpt u volledig waarom ik even aan de bel heb getrokken. Ik heb de familie gezegd dat met u of de wethouder contact kan worden opgenomen. Ik verwacht er alleen maar goeds en lering van.

Met vriendelijke groeten,

Arnold Heertje

 

Fri, 14 Nov 2014 19:16

Geachte burgemeester,

Ik begrijp dat u in de zaak Van der Burgt niet de juiste gesprekspartner bent. De vraag komt daarom op wie dat in uw gemeente wel is. Wellicht de betrokken portefeuillehouder. Wilt u deze in contact brengen met de familie? Ik zie anders de hele zaak in de publiciteit verschijnen en dat doet noch uw college noch de gemeente Uden enig goed.

Met vriendelijke groet,

Arnold Heertje

 

Lees ook de brief aan school De Tandem in Uden >>

Ex-jeugdzorgwerkers doen boekje open

Werkwijze van jeugdzorg

Naar het buitenland gevluchte jeugdzorgwerkers, die een hart hebben en het niet aan kunnen zien hoe schadelijk jeugdzorg in Nederland is, doen hun verhaal bij Stichting KOG.

In dit interview staat wat de opgelegde werkwijze van jeugdzorg is bij BJZ Amsterdam, BJZ Brabant, BJZ Haaglanden, BJZ Leiden:

  1. Er wordt niet aan waarheidsvinding gedaan. Conclusies worden dus uit duimen gezogen
  2. Wanneer aan de voorwaarden voor een OTS niet wordt voldaan, dan moet men het rapport aandikken. De werkwijze is dus: Manipulatie van rechters!
  3. Gezinsvoogden tolereren alleen hun eigen zienswijze
  4. Fouten mogen NOOIT toegegeven worden, ook al is dit niet in het belang van het kind
  5. BJZ-medewerkers mogen geen andere visie hebben en niet kritisch zijn
  6. Gezinsvoogden leren vooral technieken hoe om te gaan met agressie (die ze zelf triggeren)
  7. Volledig gebrek aan zelfreflectie. Er is zich versterkend groepsgedrag

Kortom, in Nederland geldt:

  • Belang van jeugdzorg staat voorop
  • Ouders en kinderen hebben geen vertrouwen in het systeem
  • Ouders vragen geen hulp, vermijden hulp, want hulpverlening zou weleens een melding kunnen doen en dat vergroot de problemen
  • Ouders en kinderen delen vertrouwelijke informatie niet met hulpverlening
  • Ouders en kinderen vluchten naar het buitenland
  • Kinderen duiken onder
  • Uithuisplaatsing komt veelvuldig voor, waarbij kinderen naar geheime adressen gaan, afgesneden worden van ouders familie en vrienden, ouders uit de ouderlijke macht gezet worden en waar ongelooflijk veel leed door wordt aangericht
  • Dit systeem is gebaseerd op wantrouwen, is erg duur, richt schade aan en is niet gericht op hulp

Kik de Jong

Dreigbrieven van advocaten

Regelmatig ontvang ik van de zijde van directeuren van jeugdzorg uit Gelderland, Rotterdam en Amsterdam bedreigingen via advocaten met kort gedingen en allerlei maatregelen. Zo ontving ik de onderstaande brief van Mr. Lousberg van Korver en Van Essen Advocaten. Het is nuttig om deze brief gewoon naar buiten te brengen.

Geachte heer Heertje,

In reactie op uw mails van gisterenavond alsmede van dinsdag 4 november ll. bericht ik u als volgt.

De brief die ik aan de heer en mevrouw Kalf heb gezonden, is niet voor publicatie geschikt. Cliënte stelt zich op het standpunt dat de belangen van haar dochter worden geschonden indien daartoe zou worden overgegaan.

Ik heb u geen toestemming gegeven voor publicatie van mijn brief en voor zover noodzakelijk verbied ik u hierbij, mede namens cliënte, om mijn correspondentie te publiceren.

Met vriendelijke groet,
mr. M. Lousberg

Valsheid in geschrifte door Raad voor de Kinderbescherming

Geachte mevrouw Marbus,

Op 18 augustus heb ik u benaderd, naast mevrouw Wolfangel en de heer Dirven, telkens als vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam. Kort gezegd, maakte ik duidelijk dat u in persoon maar ook met uw organisatie op een inhumane en kwalijke wijze omgaat met de belangen van de kinderen en de moeder in de casus Breur- Froidcourt. Op 19 augustus om 5.03 uur vroeg u mij in welke hoedanigheid ik mij tot uw raad wend. Daarop heb ik op 20 augustus om 15.59 uur niet alleen aan u maar ook aan Wolfangel en Dirven geantwoord. Op 18 augustus om 5.12 uur stuurde u een bericht aan Wolfangel, Dirven en aan mij. De tekst luidt:

Beste allemaal, meneer Heertje is enige tijd geleden in de media geweest, zowel op de radio als op de TV omdat hij zijn bedenkingen heeft over de inhoudelijke kwaliteiten van BJZ. Hij heeft daar flink van leer getrokken. Ik ga dit melden bij het LB, bij de afdeling communicatie. Elke, kunnen wij morgen even bij elkaar zitten om af te stemmen? Met vriendelijke groeten, Ellen Marbus, teamleider.

Hoewel u mijn antwoord op 20 augustus om 15.59 uur hebt ontvangen, evenals uw collega’, hebt u daarop niet gereageerd. Sterker nog, op een uiterst denigrerende wijze spreekt u tegenover derden over mij en mijn werk en ontkent u mijn e-mail te hebben ontvangen. Uw handelen vertoont dezelfde kwaadaardige en leugenachtige karakteristieken als u in uw rapporten bezigt en dit alles vanwege de financiële prikkel, zowel ten behoeve van BJZ als de RvK zoveel mogelijk geld binnen te harken, ten koste van de betrokken kinderen en hun moeder. Tegenover derden schrijft op 23 september 2014 op papier van het ministerie van Veiligheid en Justitie glashard de volgende leugens op:

Middels deze brief willen wij u op de hoogte stellen van het volgende: op 18 augustus 2014 is de raad benaderd door de heer A. Heertje. Hij gaf aan kennis te hebben van de casus Breur-Froidcourt, heeft kritiek geuit t.a.v. de rol die de raad in deze heeft gespeeld en heeft de raad vervolgens verzocht om in het lopende onderzoek haar handelwijze te heroverwegen. De raad heeft de heer Heertjes (blijkbaar bent u niet eens in staat mijn naam goed te spellen) gevraagd in welke hoedanigheid hij zich tot ons heeft gewend. Tevens heeft de raad de heer Heertjes gewezen op het privacy-reglement waar vanuit de raad werkt. De heer Heertjes heeft op deze mail van de raad niet gereageerd. (een grove leugen!) De raad gaat derhalve er vanuit dat de heer Heertjes zich niet langer met uw casus bezig zal houden en sluit hiermee de zaak af. (een kennelijke misrekening) Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, verblijf ik. E. Wolfangel raadonderzoeker en E. Marbus teamleider”

In de zaak zelf zet u uw onmenselijke optreden voort, u weigert gesprekken, u probeert door intimidatie een klachtenprocedure af te wenden en dit alles vanuit de gedachte dat misdadige praktijken onder de pet blijven. Dit alles is een illusie, ik ben langs verscheidene kanalen nauwkeurig op de hoogte van uw handelen dat het daglicht niet kan verdragen. Ik houd u op de hoogte van nieuwe informatie mede omtrent belangwekkende internationale juridische aspecten.

Hoogachtend,

A. Heertje

Oproep aan BJZ: “Stop de jeugdzorg razzia’s!”

Aan directie en medewerkers jeugdzorg Friesland, die verantwoordelijk zijn voor het misdadige optreden jegens de Amerikaanse mevrouw A. Bontekoe en haar zoon Sylvano.

Met verbijstering heb ik kennis genomen van uw bevel mevrouw Bontekoe met acht politieagenten te arresteren en uw pogingen op dezelfde wijze de verblijfplaats van haar ondergedoken zoon te achterhalen. Blijkbaar ontgaat u dat uw optreden lijkt op de wijze waarop Joodse kinderen voor vijf gulden verraden door hun landgenoten, door Nederlandse politieagenten en verwanten zijn gearresteerd.

Aan deze praktijken moet direct een einde komen, ook in dit geval. Ik ben op de hoogte van de betrokken namen. U bent allen persoonlijk verantwoordelijk voor dit schandelijke gedrag dat het daglicht niet kan velen. Openbaarmaking is daarom zeker op iets langere termijn geboden. Ik verzoek u terstond met deze razzia’s en vervolgingen te stoppen, mevrouw Bontekoe in vrijheid te stellen en Sylvano naar zijn moeder te laten gaan. Op mijn website wordt deze oproep gepubliceerd.

Hoogachtend,
A. Heertje

Stichting Mikey-Max (1)

Ons kwam ter ore dat een kort geding op stapel staat tegen de stichting Mikey-Max.
Deze stichting speelt een rol in de strijd om de humanisering van de jeugdzorg.

Het kort geding wordt aangespannen door de heer Jerry A. Verzijden. De heer Verzijden is het hoofd van de afdeling externe betrekkingen van de Hogeschool van Amsterdam.

Blijkens mededelingen van zijn advocaat, Mr. C.R. Rutte van het legendarische advocatenkantoor Van Diepen en Van der Kroef, gevestigd Villa Voorhout, Kennemerstraatweg 2 te Alkmaar, beooogt drs. Verzijden de integrale verwijdering van de website van de stichting van internet en van de verwijdering van de domeinnaam http://mikey-max.nl. Deze eisen zijn tot stand gekomen in goed overleg met de heer E. Gerritsen, directeur jeugdzorg Amsterdam.

Wij blijven de procesgang volgen.